Op de melodie van 'Minha Saudade' van
João Donato.
Met dank aan het Moluks Museum dat een kopie van de 60 jaar
oude inscheeplijst met Molukse namen, ter beschikking
stelde
Lees verder
Tekst:
Rutumalessy, Kukupessy, Malawau,
Bakarbessy met zijn vrouw, Pelupessy in de prauw,
Latupeirissa, Teterissa met zijn neef, Lewerissa en
Soulissa, die families zijn op dreef, Mustamu
...is bekend en Maitimu ken ik ook,
Aponno stoere vent en Lokollo die goed kookt,
Matitaputty, Latuputty, Poetiray, Uneputty, Ambon
Baai, Manuputty,
kampong Waai
Lumatalale, Sihasale, ale jo, Nahumury, Tuhumury, Kuhuwael
en Pattiwael, Talahaturuson, Tahamata uit de wijk,
Tahalele, Tatipata, die familie voelt zich rijk, Latuny is
bekend, Kaitjily ken ik goed, Aipassa uit welk kamp? Ach
vergeten is geen ramp!
Pattipeiluhu, Pattiruhu, Rugebregt ..... een Molukse naam,
echt waar? nog meer namen, lang niet klaar.......
(Met dank aan het Moluks Museum: Museum Maluku dat een kopie
van de 60 jaar oude inscheeplijst met Molukse namen, ter
beschikking stelde.
Foto
van vader Boy Tahalele en dochter Tamara Maria
Tahalele
Tamara is dochter van de Molukse
muziekpionier Boy Tahalele. De
allereerste Molukse band "The Black Magic" in
1958 werd aangevoerd door de gebroeders Boy en
Max Tahalele. Zij stonden aan de wieg van de
vele getalenteerde succesvolle Molukse
muzikanten en bands die Nederland nu rijk is.
Uit de Muziek Encyclopedie:
Black Magic is een van de eerste
Nederlandse indorockgroepen, aangevoerd door de Molukse
broers Boy en Max Tahalele. Hoewel zij het hoogtepunt van
hun carrière buiten onze landsgrenzen beleven, worden ze
toch gezien als voorlopers en inspirators van latere
Molukse bands als Massada en Moluccan Moods
Orchestra.
1951 -
1960
De Molukse familie Tahalele wordt in
1951 opgevangen in het Ambonezenkamp Mook op de Mokerheide.
Boy Tahalele speelt aanvankelijk alleen ukelele en gaat op
de mulo met enkele Hollandse jongens amusementsmuziek
spelen. In de tweede helft van de jaren vijftig richt Boy
samen met zijn Molukse vriend Paul Tureay (sologitaar) en
een bassist uit het kamp The Black Magic op. Later haalt
Boy zijn jongere broertje Max erbij, die op 14-jarige
leeftijd al erg goed gitaar speelt. Boy switcht naar
contrabas en de Molukse broers Michel (eerst trompet, later
drums) en Dolf 'Jimmy' Riupassa (gitaar, zang) sluiten zich
bij de groep aan. Ze worden veel gevraagd op Molukse
bruiloften en Indische feestjes, waar ze op verzoek
rock-'n-roll spelen. Voor de Ambonese en Hawaiiaanse
nummers is zanger Matthijs Papilaya het zesde bandlid. Ze
treden in die tijd ook op onder namen als The Blue
Gardenias en The Ambon Brothers. Tijdens een talentenjacht
in 1960 in de regio Nijmegen krijgt de groep een aanbod van
clubeigenaar Herr Schmeiss uit Duisburg om als beroeps in
zijn Duitse clubs te komen spelen.
1961 - 1962
De twee Molukse
broederparen Boy en Max Tahalele, Jimmy en Michel Riupassa
en de uit Arnhem afkomstige Maurits Harding vertrekken naar
Duisburg en spelen daar gedurende drie maanden in de club
Treffpunkt Schmeiss. Daar ontdekt René Vlasselaer (de
Belgische ontdekker en manager van The Tielman Brothers) de
groep, hetgeen al snel meer optredens tot gevolg heeft. Zo
doen ze tussendoor ook nog een optreden voor de Amerikaanse
GI's in Baum Holder. Vervolgens kunnen ze aan de slag in de
Havana Bar in München. Sologitarist Fred Christoffel treedt
toe tot de band, waardoor Max Tahalele tweede sologitaar en
piano gaat spelen. Maurits Harding verlaat de groep wegens
heimwee en gaat terug naar Arnhem. Eind 1961 verlaat Fred
Christoffel de groep alweer en wordt Tahalele opnieuw
eerste gitarist, terwijl Wally Swärz als tweede
sologitarist toetreedt. Begin 1962 opent Herr Schmeiss een
nieuw danslokaal: de Kaskade in Keulen. The Black Magic is
de eerste indorockband die daar enkele maandcontracten mag
afwerken. Zonder Swärz wordt ook nog in Studio 15 in
Düsseldorf opgetreden. Het vertrek van gitarist Wally Swärz
heeft tot gevolg, dat Nico Fioole de band komt versterken
als zanger-gitarist. Het klikt extra goed met Fioole, omdat
hij een Ambonese moeder heeft en daardoor niet alleen
muzikaal maar ook vanwege zijn karakter perfect in de
Molukse rockband past. Fioole maakt zijn debuut als zanger
van de groep het de Tanzpalast in Gelsenkirchen. Na enkele
maandcontracten in Krefelt (Dancing Musical) krijgen ze een
aanbieding om in Madrid te komen spelen, waar ze drie
(zomer)maanden in de chique nachtclub High Society in het
Florida Park optreden. Nico Fioole heeft al eens eerder in
Spanje opgetreden met zijn vorige groep (The Black
Dynamites), hetgeen goed van pas komt.
Terug in Duitsland treden ze onder
meer op in de rock-'n-rollclub Weindorf in Frankfurt, de
Jolly Bar in Hanau en Saalbau Bresser in Castrop-Rauxel. In
1963 krijgen ze opnieuw een contract voor drie maanden in
nachtclub High Society in Madrid. Gitarist Jimmy Riupassa
verhuist in juni 1963 naar de Duitse band The Team-Beats en
in zijn plaats gaat Ferry Rüchebrech mee, een Ambonese
student uit Duitsland. De Spaanse platenproducer Tito Mora
van RCA ziet wel iets in The Black Magic - of El Negro
Mágico zoals ze in Spanje genoemd worden - en neemt twee
ep's met de groep op in de RCA-studio in Madrid. De
plaatopnamen duren twee dagen. De volledig instrumentale
eerste ep is snel klaar met hun Tielman
Brothers-arrangementen in La Rosita en Vaya Con Dios plus
twee eigen bewerkingen van de nummers La Hora en Surfin'
Gipsy. Het inzingen van Spaans gezongen covers van Lucky
Lips en Spanish Harlem voor de tweede ep kost nog de meeste
tijd. Ze treden ook een keer samen met de Spaanse zangeres
Mara Lasso op voor Radio National Madrid. Er volgen
aanbiedingen om in Mexico en Frankrijk op te treden, maar
daar gaan ze niet op in. Wel spelen ze nog een maand op een
Amerikaanse militaire basis in de buurt van Madrid. The
Black Magic verwisselt ook nog voor drie maanden van
personeel met Shorty Miller & The Raylads: Boy en Max
Tahalele gaan namelijk samen met Shorty Miller en Reggy
Meeng van The Raylads optreden als The Hawks. Als extra
gitarist wordt de Ambonese Willem Latuny nog toegevoegd.
Willem wordt later bekend als Nino Latuny van de Molukse
groep Massada. Max Tahalele gaat daarna nog even bij
Tielman Royal spelen, de groep van Ponthon Tielman, nadat
deze met ruzie uit The Tielman Brothers is gestapt. Ponthon
keert daarna vrij snel voorgoed terug naar
Indonesië.
1964 - 1965
The Black Magic komt begin 1964 weer
bijeen voor het afwerken van nieuwe contracten. Als
vervanger van zanger-gitarist Nico Fioole komt eerst Don
Adams en daarna Alex Dinsbach in de groep. Jack van Beek
(ex-The Oriëntals) sluit zich als gitarist bij de groep
aan. Eind 1964 vertrekt hij weer, omdat Jimmy Riupassa zijn
vroegere plaats in de band weer komt opeisen. Zelfs George
de Fretes heeft nog twee weken in de groep meegespeeld, als
invaller voor Michel Riupassa. The Black Magic speelt in
wisselende samenstellingen ook in Nijmegen, waar het
allemaal ooit begon voor de groep. Tijdens hun meest
succesvolle periode laten ze Nederland dus helemaal links
liggen; zelfs een uitnodiging om in de Sheherazade in
Scheveningen te komen spelen wijzen ze af (The Crazy
Rockers gaan vervolgens wel op de uitnodiging in en hun
Nederlandse succesverhaal wordt daar geschreven). In de
laatste periode van het bestaan van The Black Magic spelen
Max en Boy Tahalele weer samen met Fred Christoffel. Max
Tahalele speelt na Tielman Royal eerst in The Royal Six
(met zanger Ricky Blake) en in 1965 bij The Crazy Rockers.
Hij blijft daarna actief als beroepsmuzikant in groepen als
The Residents, The Hot Jumpers, The Black Eye, The
Marabuntas, The Black Dynamites en meer. Bassist Boy
Tahalele sluit zich - eenmaal terug in Nederland - eerst
aan bij de Amsterdamse indorockband The Hondo Rockers en is
daarna vele jaren actief bij Rudy van Dalm & The Royal
Rhythmics uit Nijmegen. Eind jaren zestig is er nog een
formatie onder de naam The Black Magic actief zonder Max en
Boy Tahalele, maar wel met de oorspronkelijke groepsleden
Michel en Jimmy Riupassa. Sologitarist daarbij is dan Steve
Riumasu (ex-Terry Gordon & The Virtuals en ex-Second
Face) uit Tiel. Deze versie van The Black Magic wordt
echter door oprichter Boy Tahalele niet erkend. Voor hem
valt de opheffingsdatum in 1965.
2005
Op zondag 11 september
2005 overlijdt Max Tahalele op zijn vakantieadres in Portugal
aan de gevolgen van een hartstilstand. Hij wordt slechts 60
jaar oud.